Bami met een bult groenten en vegan saté

test alt text
Bami, dat had ik denk ik al vijf jaar niet meer gegeten. Vroeger vond ik dit namelijk echt heel erg vies, dus het zit niet in mijn systeem om aan bami te denken als ik weer eens een brainstormsessie met mezelf hou over wat ik vanavond zal eten. Ik besloot me toch eens aan een vegan versie te wagen – aangezien ik tegenwoordig toch ongeveer alles lust – en het was hérlich.
Het allerlekkerste is als je de tempeh een (aantal) uur laat marineren, maar korter kan ook prima.
Voor 4 personen
  • 1 teentje knoflook
  • 1 eetlepel geraspte gember
  • 1 zak bami- en nasigroenten
  • 1 puntpaprika
  • 1 rood pepertje
  • 1 doosje champignons
  • 400 gram mienestjes
  • Ketjap
  • Sambal
  • Gemalen koriander
  • Komijnpoeder
  • Kurkuma
  • Kerriepoeder
  • Peper
Voor de satéspiesjes
  • 1 blok tempeh
  • 50 ml sojasaus
  • 50 ml ketjap
  • 2 teentjes knoflook, uitgeperst
  • 1 theelepel citroensap
  • 2 theelepels sambal
  • 2 theelepels geraspte gember
  • 1 theelepel koriander komijn
  • Satéprikkers
Voor de satésaus
  • 1 uitje
  • 1 theelepel bruine suiker
  • 2 eetlepels pindakaas
  • Ketjap
  • Kokosmelk (sojamelk is ook goed als je dat nog in de koelkast hebt staan)
  • Scheutje olie
  1. Snij de tempeh in blokjes van 3 cm en doe ze in een bakje. Gooi alle ingrediënten voor de satéspiesjes – behalve de satéprikkers of course – er ook bij, hussel goed door en zet het bakje in de koelkast.
  2. Rasp de gember en snij het pepertje, de puntpaprika en champignons kleiner. Verhit wat olie in een wokpan en bak hierin de gember en pers het knoflookteentje uit.
  3. Kook ondertussen de mienestjes zoals aangegeven staat op de verpakking.
  4. Voeg het pepertje, de puntpaprika, champignons en bamigroenten toe aan de wokpan. Gooi er een scheutje ketjap bij en sambal naar smaak. Kruid het geheel met een halve theelepel koriander, komijnpoeder, kurkuma, kerriepoeder en wat peper en laat bakken, terwijl je soms even roert.
  5. Maak ondertussen de satésaus: snij het uitje fijn en fruit deze in een minibeetje olie in een klein pannetje. Voeg dan 1 theelepel bruine suiker en 2 eetlepels pindakaas toe. Roer goed door. Gooi een scheutje ketjap erbij als de pindakaas gesmolten is en schenk beetje bij beetje kokosmelk erbij, tot je satésaus de juiste dikte heeft. Zet het vuur af en doe het dekseltje op de pan, zodat de satésaus warm blijft.
  6. Rijg de tempehblokjes aan satéprikkers en bak deze zonder olie in een koekenpan. Draai regelmatig om, zodat alle kanten gebakken worden. Verdeel de satéspiesjes daarna over de borden en doe er de zelfgemaakte satésaus overheen.
  7. Schep de mie bij de groenten en hussel goed door elkaar. Proef even of het geheel nog meer gekruid moet worden en of er misschien nog ketjap of sambal bij mag. Verdeel de bami daarna over de borden en dan is het lekker smullen geblazen met de saté erbij!